daaropvolgende zaterdag verscheen Kelsey met gloednieuwe tuinhandschoenen.
“Dit is vernederend,” zei ze.
Ik gaf haar het eerste pakketje.
“Lavendel.”
Ze vroeg waar het gebleven was.
Ik wees naar oma’s kaart.
Tijdens de lunch had Kelsey modder aan haar schoenen.
“Hoeveel heb ik er geplant?”
“Acht.”
“Acht?”
“Nog slechts 278 exemplaren beschikbaar.”
Ze kwam de daaropvolgende zaterdag terug in een oude spijkerbroek.
Dat was het eerste teken dat er iets veranderd was.
DEEL 3
In de loop van de weken begon Kelsey langzaam te begrijpen wat de tuin nu eigenlijk was.