“Je hebt tegen een zeventienjarig meisje, dat haar moeder al had verloren, gezegd dat de nieuwe vrouw van haar vader haar niet in de buurt wilde hebben?”
“Ik raakte in paniek.”
“Ze was nog een kind.”
“Ik weet.”
“En toen vertelde je me dat ze me haatte.”
“Ik dacht dat het wel over zou waaien.”
“Hoe?”
“Ik dacht dat ik het uiteindelijk wel zou oplossen.”
“Maar dat heb je niet gedaan.”
“Nee.”
“In plaats daarvan stuurde je haar elk jaar brieven terug.”
David zei niets.
‘En je hebt mijn cadeaus